Pinterman

Geschiedenis van het bier

Geschiedenis van het bier

Bier heeft over de jaren een belangrijke rol gespeeld bij verschillende volkeren. Van power drank voor de Sumeriërs woonachtig in het huidige Iran tot onderdeel van de dagelijkse maaltijd bij de oude Egyptenaren, en van hygiënischer alternatief voor water in de Europese Middeleeuwen tot nummer één gezelligheidsdrankje in veel soorten en maten in de 21e eeuw. Pinterman neemt je mee door de biergeschiedenis.

Het eerste biertje – bier en brood

“Een glas bier is gelijk aan twee boterhammen”. Meestal doelt men dan op het gegeven dat er evenveel calorieën in twee boterhammen zitten als in een glas bier. Deze vergelijking omvat echter meer. Beiden hebben dezelfde bouwstoffen en liggen eigenlijk in het verlengde van elkaar. Het eerste bier is ontdekt door de Sumeriërs (nomaden in hedendaags Iran) die brood in water weekten om het water meer smaak te geven. Hierdoor kwam zetmeel in het water. Op de juiste temperaturen en bij de juiste zuurgraden verandert zetmeel in suiker en aroma’s. In de lucht zweven diverse wilde gisten, waarvoor dit suikerwater de ideale voedingsbodem vormt. De gisten consumeren de suiker; met alcohol en koolstofdioxide als restproduct. Waarschijnlijk heeft iemand in die tijd zijn suikerwater een dag of wat te lang laten staan waardoor het is gaan fermenteren. Deze persoon moet zielsgelukkig geworden zijn toen hij de eerste slokken van zijn over-de-datum-water nam en nog veel gelukkiger toen hij zijn laatste slokken op had. Al dan niet bewust, maar zo moet het 4000 jaar voor Christus ongeveer gegaan zijn. Zo werden de Sumeriërs de eerste bierdrinkers. Deze nomaden waren hun tijd ver vooruit en leerden grassen telen en gebruiken als basis voor brood en bier. Met de uitvinding van de akkerbouw kwam een einde aan hun nomadenbestaan en begon de stedelijke beschaving.

broodHet bier was slechts in beperkte mate vergelijkbaar met het bier dat we nu drinken. Zij dronken het ook standaard met een rietje. Ze bakten eerst een soort broden, die ze vervolgens in water verkruimelden. De pap die zo ontstond lieten ze vergisten. Soms brachten ze dit verder op smaak met kruiden, honing of dadels. Omdat er in het bier nog allerlei beschimmelde broodkorsten ronddreven, hadden ze rietjes nodig om er optimaal van te kunnen genieten. Zeer tevreden met hun uitvinding (het gaf meer energie dan water en was daarnaast ook vrolijker en lekkerder in gebruik) dronk men steeds vaker bier en maakten over de jaren ook andere volkeren kennis met het drankje. Brood werd in die tijd ook wel gezien als eetbaar bier en bier als drinkbaar brood.

Van godendrank tot plepspils – Egyptenaren, Grieken, Romeinen en Germanen

De oude Egyptenaren in de tijd van de farao’s waren grote liefhebbers van bier. Mensen van alle rangen en standen dronken bier en het was een hoofdbestanddeel van de dagelijkse maaltijd vanwege de voedzaamheid. Een soort alternatief voor het huidige Brinta of Hero fruitontbijt. Het werd ook gebruikt als offergift aan de goden. Na een overlijden plaatsten de Egyptenaren met bier gevulde gistvaten van hout en gips in het graf, om na de dood geen dorst te krijgen. Naast drank voor de levenden en de doden was bier ook een bestandsdeel van een aantal medische recepten. De kennis van het brouwen gaven de Egyptenaren door aan de Grieken. Plato schreef: “Het was een wijs man, die bier uitvond”. In zijn ogen bestond het beste dieet voor Grieken uit brood, vlees, groente en bier. De Romeinen leerden het brouwen weer van de Grieken. Zij noemden bier cerevisia, afgeleid van Ceres, de Romeinse godin van de landbouw, en vis, dat Latijn is voor kracht. In het begin van de Romeinse tijd was bier belangrijk, maar tijdens de Romeinse Republiek verdreef wijn het bier van de eerste plaats als meest geconsumeerde drank. Bier was vooral voor de lagere klassen. Romeinen verspreidden de brouwkunst verder naar het noorden. De Germanen waren de eersten, die de tussenstap van het broodbakken oversloegen en ontdekten dat uit ontkiemde en gedroogde graankorrels ook bier te brouwen is. Zij maakten van graan een beslag en lieten dat vergisten.

Middeleeuwen – Beter bier dan water

In de Middeleeuwen was bier al een belangrijke drank. Het werd dagelijks gedronken door alle klassen van de samenleving in Noord- en Oost- Europa, waar het moeilijk of onmogelijk was om druiven te verbouwen. Hoewel wijn het meest alledaagse drankje in Zuid-Europa was, bleef bier daar zeer populair bij de lagere klassen van de samenleving. In de vroege Middeleeuwen is het brouwen van bier een huishoudelijke bezigheid, voorbehouden aan vrouwen. Naast brood bakken en wassen, brouwen zij voor het gezin een slap potje bier. Om in hun levensonderhoud te voorzien, brouwen ook kloosterlingen verschillende bieren. In de tijd van Karel de Grote (rond 800) ontstaan grotere brouwerijen om de hoeveelheden bier te maken die nodig zijn voor het hof en voor grotere huishoudens. Naast het thuisbrouwen komt ook het zogenaamde koopbrouwen door ambachtslieden in gebruik. Hop is in die tijd nog niet bekend. Brouwers brengen het bier op smaak met allerlei kruiden, gruit genoemd. Voorbeelden van kruiden in gruit waren: rozemarijn, salie, gagel en laurierbessen. De Middeleeuwer is een dorstig type. Met gemak drinkt iedere man, vrouw of kind 300 liter bier per jaar. Ze weten dat je ziek wordt van het water uit sloten en grachten. Alternatieven als koffie, thee of wijn bestaan nog niet of zijn te duur. Bier was veiliger en voedzamer.

Het bier dat de Middeleeuwer dagelijks dronk leek niet erg op het bier dat we nu tot ons nemen. Het bevatte weinig alcohol en smaakte waarschijnlijk vrij zuur door een trage vergisting. Pas vanaf de late Middeleeuwen, toen men hop ontdekte als additief, ging bier meer lijken op het bier van nu. Door de toevoeging van hop blijft bier langer op smaak en vergaat het minder snel. Het voorkomt besmetting door slechte gisten. Hop geeft een bittere smaak aan het bier maar ook een licht fruitig aroma.

Toen Engeland India vanaf de 17e eeuw stapje bij beetje koloniseerden, hadden de Britten een probleem. Er was daar namelijk geen bier. De Britten dronken in die dagen voornamelijk Pale Ales (bleek bier). Bier was slecht houdbaar bij hoge temperaturen en de lange zeereis bleek een te groot obstakel. Hierop werd een simpele oplossing gevonden; door de hoeveelheid van de toegevoegde hop te verdriedubbelen, nam de houdbaarheid sterk toe. En met succes, het bier kwam onbedorven aan in India. Dit biertype werd de Indian Pale Ale genoemd, en heeft de laatste jaren in Nederland flink aan populariteit gewonnen. De bittere IPA zoals we die kennen is dus uit noodzaak geboren.

De industriële revolutie en de opkomst van pilsener

De belangrijkste technologische ontwikkelingen in het brouwproces kwamen pas na 1800. Kennis van scheikunde en biologie ontwikkelen zich gestaag en vormen de basis van de moderne brouwerij. Rond 1870 ontdekt de Fransman Louis Pasteur de werking van gist. Het boek dat hij hierover schrijft heet ‘Etudes sur la bière’ (Studies inzake bier). Pasteur ontdekt dat als men het bier voor het afvullen verhit tot 70-80°C, diverse bacteriën en gisten sterven en daardoor geen schade aan de smaak van het bier kunnen aanrichten. Dit proces wordt naar hem vernoemd: pasteuriseren.

Ondertussen werd in Tsjechië een nieuw soort bier uitgevonden: een bier dat we nu kennen onder de naam pilsener. Om pils te kunnen brouwen moest het bij lage temperaturen vergisten en lageren. Dat kan in ons land pas effectief rond 1880 met de uitvinding van de koelmachine. Heineken speelde hier op in, durfde innovatief te zijn en werd in korte tijd een wereldmacht op gebied van bierproductie. Voor die tijd moest de brouwer in de winter staven ijs uit sloten, rivieren en meren hakken om het bier ook in de zomer koel te houden. Pils werd razend snel het meest gedronken biertype. Zo zeer zelfs, dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw Nederlandse brouwerijen bijna alleen nog maar pils brouwen. Bier en pils zijn in die tijd synoniem geworden.

Speciaalbier – terug naar de traditie

In de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog bereikte de Nederlandse bevolking een dieptepunt in bierconsumptie (maar ook in consumptie van andere alcoholische dranken zoals jenever). In 1949 drinkt de Nederlander gemiddeld niet meer dan 10 liter bier per jaar. Om het tij te keren zette het ‘Centraal Brouwerij Kantoor’ (nu ‘Nederlandse Brouwers’) in de jaren vijftig een reclamecampagne op met de slogan: “Het bier is weer best”. Of het aan de brouwerscampagne ligt of niet, zeker is dat de Nederlander over de jaren na de oorlog steeds meer bier is gaan drinken. Halverwege de jaren zestig werd 40 liter per jaar gedronken. De stijging zette door tot begin jaren negentig, met een top rond de 90 liter, om daarna langzaam te dalen tot zo’n 70 liter per hoofd per jaar op dit moment.

Halverwege de jaren tachtig veranderde het assortiment al en kwam er ook keuze uit enkele niet-pilseners. De vraag naar anders smakende, traditionele bieren uit België nam toe. Het duurde niet lang voordat bestaande en nieuwe kleine brouwerijen ook in Nederland begonnen met het brouwen van speciaalbier. Soms kregen oude recepten nieuw leven, vaak ook verzon een brouwer een creatief nieuw recept. Met name het laatste decennium is de verscheidenheid aan bieren enorm toegenomen. Het is duidelijk te merken in de supermarkt, waar het bierschap lijkt te blijven groeien. Bier wordt anders geconsumeerd. Er is meer waardering voor kwaliteit en in plaats van vijf pilsjes nemen Nederlanders nu vaker twee speciaalbiertjes. Dit enthousiasme voor smaak en beleving blijkt uit de toename van het aantal brouwerijen. Sinds 2015 bestaan er in Nederland (312) meer brouwerijen dan in bierland België (263) waarbij Nederlandse nieuwe brouwerijen bij buitenlanders vooral bekend staan als innovatief, met lef.

Bier als delicatesse

Bier heeft al 6000 jaar een duidelijke functie heeft gehad in het levensonderhoud van verschillende volkeren vanwege de voedzame, energierijke en hygiënische karakterstieken. Tegenwoordig is bier, mede door de technische mogelijkheden en natuurlijk de welstand, meer dan ooit een delicatesse. Bier als een beleving, gemaakt om van te genieten.

Op het goede leven!